Werk veilig.
Houd plezier.
Kijk vooruit.

Blog 4: Vitaliteit op directietafel

"Vitaliteit is een belangrijk onderwerp aan het worden. Het ligt tegenwoordig op de directietafels", aldus Tahlvik Leung Lo Hing, hoofd HR bij Van Wijnen. Hij deed zijn uitspraken op het congres Bouwarbeidsmarkt 2017-2022 van het EIB op 15 december jl.

Novum

Dat de inzetbaarheid van de oudere werknemer tegenwoordig aandacht krijgt in statige bestuurskamers mag een novum heten. Dat er een hoofdstuk Vitaliteit in de publicatie over de bouwarbeidsmarkt is opgenomen waardoor Volandis haar medewerking verleende aan het EIB rapport, mag eveneens een novum heten. Normaliter ligt de focus in deze toonaangevende rapportages alleen op de groei en krimp van de economie en de gevolgen die dit heeft voor de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Een instrument van de macro-econoom. Dat daar nu een nieuw element aan is toegevoegd, is veelzeggend.

Erkenning

Beide ontwikkelingen geven aan dat de erkenning van duurzame inzetbaarheid groeit als een maatschappelijk én bedrijfsmatig aandachtsveld. Langzamerhand wordt het onderwerp serieus genomen, een voorwaarde om er voldoende draagvlak voor te creëren en financiële middelen voor vrij te maken om met concrete oplossingen te komen. Hier ligt nog wel een uitdaging. Want de focus lijkt in die statige boardrooms voornamelijk te liggen op de vraag: wat doen we met Jan en Piet van 58 en 62 jaar?

Zware beroepen

Door de vraag toe te spitsen op hoe om te gaan met de oudere medewerkers, versmalt de discussie naar wie verantwoordelijk is voor medewerkers met een zwaar beroep. Want de 55-plussers met een zwaar beroep hebben zogezegd de grootste afstand tot duurzame inzetbaarheid. En hen rest weinig tijd gezien hun relatief korte afstand tot pensionering. Voorheen bestonden er diverse regelingen om oudere werknemers af te laten vloeien richting pensioen. En voor degenen die ook dat niet haalden was er meestal wel een mogelijkheid om ze arbeidsongeschikt te verklaren. De werknemer kreeg een uitkering of vroegpensioen op een redelijk niveau en de werkgever was verlost van een kostenpost.

Beetje laat

Nu de pensioen- en AOW-leeftijd gaandeweg omhoog gaat en de WIA is versoberd, zijn deze vluchtroutes nagenoeg afgesloten. Werknemers, werkgevers en overheid hebben te maken met een nieuwe werkelijkheid waarop nog maar weinigen hebben geanticipeerd. Dat verklaart waarom de ceo's zich nu bezighouden met de vraag wat te doen met oudere medewerkers. Beetje laat. Uit het jaarlijkse Bedrijfstakverslag van Volandis blijkt dat in de groep 55-plussers het aantal werkgerelateerde klachten blijft steken rond de 35%, terwijl alle andere leeftijdscohorten in de tijd een duidelijk dalende trend laten zien van het aantal klachten.

Opgave

Als alle werkgevers nu pas ontdekken dat zij een mouw moeten passen aan de inzetbaarheid van hun oudere werknemers, is dat een hele opgave. Omscholen op oudere leeftijd is vaak niet makkelijk. Helemaal niet voor medewerkers met een uitvoerend, specialistisch beroep zoals ijzervlechter of voeger die vaak al 40 jaar geen schoolboek meer van dichtbij hebben gezien. Extra aandacht voor leefstijl, wat op zich altijd goed is, levert voor jongeren wel gezondheidswinst op maar voor de oudere werknemer betaalt dat niet meer uit. Zij hebben immers vaak al gezondheidsklachten en de tijd ontbreekt om dit effect te laten hebben op hun werkvermogen.

Cultuur

Duurzame inzetbaarheid is meer dan vitaliteit alleen. Het moet vanaf dag één als een medewerker de bouwplaats betreedt onderdeel zijn van loopbaan en voor de werkgever deel uitmaken van het hrm-beleid. Medewerkers moeten zich bewust zijn hoe zij hun werkend leven voor zich zien. Dit betreft niet alleen op tijd om- en bijscholen, maar vooral ook hoe blijf ik gezond en fit. En werkgever en werknemer zullen samen werk moeten maken van hoe het werk, ook het zware werk, op de bouwplaats makkelijker en duurzamer kan worden uitgevoerd. De technieken zijn er, maar vaak is de cultuur nog onvoldoende ingebed om er ten volle gebruik van te maken.

Arbeidsomstandigheden

Het verbeteren van arbeidsomstandigheden op de bouwplaats door gebruik te maken van mechanisering en automatisering levert winst op voor de duurzame inzet van medewerkers, maar ook winst voor de werkgever omdat het de arbeidsproductiviteit vergroot. Dat laatste is zeker nu van belang omdat er grote schaarste is aan mankracht en dit zelfs een rem op de productie vormt. Dit vraagt een flinke investering van alle betrokkenen en het onderwijs om ervoor te zorgen dat nieuwe technieken op grote schaal worden ingevoerd en personeel wordt geschoold om daarmee te werken.

Maatwerk

En de oudere medewerker dan? Voor degenen die al klachten hebben, en laten we eerlijk zijn die is niet de grote meerderheid, zal voor nu maatwerk de enige oplossing kunnen bieden. Ga in gesprek met deze mensen, kijk per individu wat nog wel mogelijk is binnen het eigen bedrijf. Als dat niet lukt, de bouw kent vele kleine bedrijfjes, dan zijn er voorzieningen om mensen te begeleiden naar ander werk en eventueel naar een andere sector. Eenvoudig is dat niet omdat inkomensval voor de betrokkene op de loer ligt.

Uitgestoken hand

Aangezien dit een groep werkenden is die uitfaseert, immers de jongere generaties zijn al fitter, en deze groep ouderen weinig tijd heeft gehad om te anticiperen op de snel stijgende pensioenleeftijd, is het niet irreëel hier bij de politiek om een uitgestoken hand te vragen. Dat kan door de pensioenleeftijd te laten meebewegen met het aantal werkzame jaren of door te definiëren wat een zwaar beroep is. Het buitenland laat zien dat dat mogelijk is. Wat nodig is, is politieke wil.

Anna de Boer, specialist marktonderzoek Volandis



Delen via:

contact