Werk veilig.
Houd plezier.
Kijk vooruit.

Wet-en regelgeving

Bedrijven in de Bouw en Infra moeten voldoen aan wettelijke verplichtingen. Er zijn ook andere regelingen, als Arbocatalogi en A-bladen, waar rekening mee gehouden moet worden. De Inspectie SZW controleert of de wetgeving wordt nageleefd. Zij richten zich hierbij vooral op werkgevers. Zij zijn immers in eerste instantie verantwoordelijk voor de naleving van de wet in hun bedrijf of instelling. Daarnaast hebben werknemers ook wettelijke verantwoordelijkheden. Indien nodig, wordt ook tegen hen opgetreden.

De nationale wet- en regelgeving met betrekking tot de arbeidsomstandigheden kent drie verschillende niveaus (van algemeen naar concreet):

  • Arbowet
  • Arbobesluit
  • Arboregeling

De regels uit de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling hebben een dwingend karakter. In de Arbowet beperkt de overheid zich tot het stellen van doelvoorschriften. De overheid laat het aan werkgevers en werknemers over om afspraken te maken over de manier waarop deze doelen kunnen worden bereikt. De afspraken worden vastgelegd in een zogeheten Arbocatalogus.

Wat houdt de Arbowet in?
De belangrijkste wet op het gebied van arbeidsomstandigheden is de Arbeidsomstandighedenwet, ofwel Arbowet. Daarin worden veiligheid en gezondheid op en bij het werk geregeld. Deze wet vormt als het ware de kapstok waaraan de overige wet- en regelgeving op het gebied van arbeidsomstandigheden is opgehangen. De Arbowet schrijft voor dat de zorg voor arbeidsomstandigheden (arbozorg en ziekteverzuimbeleid) onderdeel moet zijn van het ondernemingsbeleid. De werkgever is verantwoordelijk voor het opstellen, uitvoeren, evalueren en bijstellen van het arbobeleid. De werknemer is medeverantwoordelijk. De Arbowet kent diverse verplichtingen voor werkgevers en werknemers. Kijk op wetten.overheid.nl voor de volledige webteksten.

Wat houdt het Arbobesluit in?
Het Arbeidsomstandighedenbesluit, kortweg Arbobesluit, is een uitwerking van de Arbowet en gaat dieper in op een aantal specifieke situaties. Het Arbobesluit is ingedeeld naar onderwerp. Ieder hoofdstuk behandelt een bepaald onderwerp (bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen, blootstelling aan geluid, persoonlijke bescherming). Voor een aantal sectoren en categorieën werknemers staan er afwijkende en aanvullende regels in. De bepalingen uit het Arbobesluit zijn bindend, werkgever en werknemer zijn dus verplicht zich hieraan te houden. Kijk voor de volledige tekst van het Arbobesluit op wetten.overheid.nl.

Voor de bouw is met name hoofdstuk 2, afdeling 5 Bouwproces, van belang. Het Arbobesluit streeft met de verplichtingen, die zijn toegewezen aan diverse partijen, een keten van verantwoordelijkheden tijdens het totale bouwproces na. Dit verplichtingentraject loopt vanaf het initiatief tot bouwen, de ontwerpfase, de uitvoeringsfase, tot aan de opleverings-, beheers- en onderhoudsfase. Daarvoor is de betrokkenheid van alle bouwpartijen noodzakelijk, van opdrachtgever, ontwerper en adviseur tot aan werkgevers en werknemers toe.

Wat houdt de Arboregeling in?
In de Arbeidsomstandighedenregeling, ofwel Arboregeling, staat de uitwerking van bepaalde onderdelen van het Arbobesluit. Het gaat bijvoorbeeld om specifieke bepalingen zoals de taken van de arbodienst of de keuring van hijskranen. De Arboregeling heeft dezelfde (hoofdstuk)indeling als het Arbobesluit. De bepalingen uit de Arboregeling zijn bindend, werkgever en werknemer zijn dus verplicht zich hieraan te houden. De volledige tekst van de Arboregeling vind je op wetten.overheid.nl.

REACH is een Europese verordening voor chemische stoffen. De afkorting staat voor Registratie, Evaluatie en Autorisatie en beperkingen van Chemische stoffen. De kern van REACH is dat een bedrijf van alle stoffen die het produceert, verwerkt of doorgeeft aan klanten, de risico's moet inventariseren en maatregelen moet aanbevelen (en die het bedrijf ook moet nemen) om die risico's te beheersen. Het doel van REACH is bij de productie en het gebruik van chemische stoffen een hoog veiligheidsniveau te waarborgen voor mens en milieu, terwijl het concurrentievermogen van de industrie behouden blijft of verbetert.

Welke doelgroepen hebben met REACH te maken?
De volgende de drie doelgroepen hebben met REACH te maken:

  • fabrikanten en importeurs
  • distributeurs
  • downstream gebruikers (de professionele toepassers van de chemische stoffen)

Verreweg de meeste bedrijven in de bouwnijverheid zijn downstream gebruikers van chemische producten. Deze stoffen kunnen zijn lijmen, kitten, verfproducten, houtverduurzamingsmiddelen etc. De Veiligheidsinformatiebladen (Vibs) moeten onder REACH worden voorzien van één of meer bijlagen waarin de blootstellingsscenario's per geïdentificeerd gebruik worden weergegeven. Daarnaast moeten aanbevelingen gegeven worden voor het treffen van risicobeperkende maatregelen.

Hoe zijn producten te herkennen die onder de REACH wetgeving vallen?
Alle producten met een gevaar symbool (rood-witte pictogrammen) op de verpakking of het etiket vallen onder de REACH wetgeving. Als werkgever ben je verplicht te zorgen dat voorzorgsmaatregelen worden genomen, zoals vermeld in het Veiligheidsinformatieblad.

Zijn er hulpmiddelen om aan de REACH-verplichtingen te voldoen?
Als overwegend gebruiker van chemische stoffen dien je gegevens over deze stoffen te verzamelen. Je kunt hiervoor gebruikmaken van de Stoffenmanager. De Stoffenmanager kan een hulpmiddel zijn om de risico's van gevaarlijke stoffen en producten te herkennen en te beheersen. De stoffenmanager kan je helpen te voldoen aan de verplichtingen voor REACH. Ga naar www.stoffenmanager.nl.

Welke verplichtingen kent REACH voor de gebruiker?
De belangrijkste verplichting is dat de gebruiker (bijvoorbeeld het aannemingsbedrijf) de risico-beperkende maatregelen moet treffen die de leverancier voor het gebruik (geïdentificeerd gebruik) van een stof aanbeveelt. Deze maatregelen staan beschreven in het Vib. Een stof mag alleen gebruikt worden voor het doel dat de leverancier beschrijft in het Vib.

Staat je gebruik niet vermeld in het Vib, dan mag je het product niet gebruiken. Ga in gesprek met de leverancier of neem het product af van een leverancier die wel jouw gebruik beschrijft. Ook kun je kiezen voor een alternatief product.

De Inspectie SZW is op 1 januari 2012 ontstaan door samenvoeging van de Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Op wie richt de Inspectie SZW zich hoofdzakelijk?
Bij de controles op naleving van de wetgeving richt de Inspectie SZW zich vooral op werkgevers. Zij zijn immers in eerste instantie verantwoordelijk voor de naleving van de wet in hun bedrijf of instelling. Daarnaast hebben werknemers ook wettelijke verantwoordelijkheden, dus indien nodig wordt ook tegen hen opgetreden.

Wat zijn de taken van de Inspectie SZW?
De Inspectie SZW controleert of werkgevers en werknemers zich houden aan verschillende wetten en besluiten op het gebied van arbeid. De Inspectie SZW richt zich bij haar inspecties vooral op de volgende soorten misstanden:

  • Hoge risico's voor de veiligheid of gezondheid van werknemers.
  • Te lange werktijden en/of te korte rusttijden.
  • Betaling onder het minimumloon.
  • Illegale werknemers laten werken (arbeidsmarktfraude).
  • Geen of lage naleving van de wetgeving in het algemeen.

Inspecties en onderzoeken
De controle door de Inspectie SZW vindt plaats door middel van inspecties en onderzoeken:

  • Inspecties: het accent ligt hierbij bij branches waar arbeidsmarktfraude of grote risico's voor veiligheid en gezondheid van de werknemers worden verwacht.
  • Onderzoek: dit vindt plaats naar aanleiding van klachten en ongevallen. Werkgevers zijn verplicht arbeidsongevallen die leiden tot ziekenhuisopname, blijvend letsel of overlijden altijd te melden aan de Inspectie SZW. De onderzoeken zijn erop gericht de oorzaak op te sporen, de overtreding op te heffen en herhaling te voorkomen.

Wat zijn de bevoegdheden van de Inspectie SZW?
De inspecteurs van de Inspectie SZW hebben toegang tot alle arbeidsorganisaties, werkplekken en woningen en mogen daar onder andere:

  • Metingen verrichten.
  • Foto's en tekeningen maken.
  • Monsters nemen.
  • Voorwerpen (of delen daarvan) meenemen voor onderzoek.

Welke maatregelen mag de Inspectie SZW treffen?
Constateert de Inspectie SZW een overtreding, dan zal zij maatregelen treffen deze tegen te gaan. Eventueel gecombineerd met een sanctie. Afhankelijk van de ernst van de overtreding heeft de Inspectie SZW de volgende instrumenten tot haar beschikking:

  • Mondelinge afspraak: is er geen sprake van een ernstige overtreding, dan kan de inspecteur een mondelinge afspraak met de werkgever maken, als hij erop vertrouwt dat deze de overtreding zonder verdere dwang zal opheffen (dit geldt alleen voor overtredingen van Arbeidsomstandighedenwet en Arbeidstijdenwet).
  • Waarschuwing of eis: de Inspectie SZW kan ook een schriftelijke waarschuwing geven of een'eis tot naleving van de wet'. Daarbij wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreding moet zijn opgeheven. Na afloop van deze termijn kan de inspecteur controleren of de overtreding naar behoren is opgeheven. Is dat niet het geval, dan maakt de inspecteur een boeterapport op.
  • Boeterapport: de inspecteur zegt direct een boeterapport aan, als er sprake is van een ernstige overtreding, of als bij controle blijkt dat een eerdere overtreding niet is opgeheven. Ook als een inspecteur opnieuw eenzelfde overtreding aantreft (recidive), wordt direct een boeterapport opgemaakt. De hoogte van deze boete is afhankelijk van de aard van de overtreding, de grootte van het bedrijf, het aantal werknemers dat is blootgesteld aan de overtreding, het aantal malen dat de overtreding voorkomt en of er al eerder een boete is opgelegd voor de overtreding.
  • Werk stilleggen: is er sprake van een ernstig gevaar voor de veiligheid of gezondheid van personen, dan kan de Inspectie SZW het werk voor bepaalde tijd stilleggen. Bijvoorbeeld als iemand geëlektrocuteerd kan worden door blootliggende elektriciteitsdraden of als een steiger niet goed is beveiligd, waardoor iemand er gemakkelijk af kan vallen. Wordt er gewerkt, dan wordt tevens een boeterapport opgesteld.
  • Proces-verbaal: is er sprake van een misdrijf of overtreding van verbodsbepalingen, die uitdrukkelijk in de regelgeving worden genoemd, dan wordt een proces-verbaal opgemaakt. Het werk wordt tevens stilgelegd als er sprake is van ernstig gevaar voor personen. Dit kan het geval zijn bij kinderarbeid onder de 12 jaar, of als werknemers met wettelijk verboden stoffen werken.
  • Last onder dwangsom: is een maatregel niet uitgevoerd, dan kan de Inspectie SZW een dwangsom opleggen.

A-bladen zijn gebaseerd op afspraken tussen de werkgevers- en werknemersorganisaties en worden ontwikkeld in opdracht van het bestuur van Volandis. Ze bevatten belangrijke richtinggevende aanbevelingen ten behoeve van betere en veiligere arbeidsomstandigheden in de bedrijfstak. Naast normen (bijvoorbeeld maximaal toegestane gewicht om te tillen) is in de A-bladen per onderwerp ook de stand der techniek vastgelegd.

Direct naar het overzicht van A-bladen

Cao is de afkorting voor collectieve arbeidsovereenkomst. Een cao is een overeenkomst tussen de vakbond(en) aan de ene kant en werkgevers of werkgeversorganisaties aan de andere kant. Zij maken afspraken met elkaar over arbeidsvoorwaarden zoals loon, arbeidsduur, roosters, vakantiedagen, ziekengeld, overwerk, kinderopvang en pensioen.

Welke cao's gelden er binnen de bouwnijverheid?
Binnen de bouwnijverheid ondersteunt Volandis de uitvoering van de arbo-afspraken die in de cao Bouwnijverheid zijn vastgelegd. De cao is 'Algemeen Verbindend Verklaard' door het Ministerie van Sociale Zaken. Dat betekent dat alle werkgevers en werknemers in de desbetreffende branche verplicht zijn zich aan de cao dienen te houden. Ook als zij geen lid zijn van de organisaties die de cao hebben afgesloten.

Meer informatie over de cao

De Arbo-Informatiebladen, kortweg AI-bladen, verduidelijken voor werkgevers en werknemers de betekenis van Arbowet- en regelgeving. Ze hebben een adviserende en voorlichtende functie en hebben geen formele status (de Inspectie SZW kan niet op de inhoud ervan handhaven). De bladen verschijnen onder toezicht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en worden uitgegeven door Sdu Uitgevers. Onderwerpen van de bladen zijn bijvoorbeeld: arbo- en verzuimbeleid, hijs- en hefmiddelen, rolsteigers, fysieke belasting bij het werk en veilig werken op daken.

Op nationaal, Europees of mondiaal (wereldwijd) niveau maken partijen (overheden, consumentenorganisaties, bedrijven) afspraken met elkaar over de (technische) specificaties van een product, dienst of bedrijfsproces. Het document waarin een afspraak wordt vastgelegd, wordt een norm genoemd. Het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) te Delft is voor ons land de organisatie die zich bezighoudt met het (inter)nationale proces rondom de normen.

Er zijn EN-normen, NEN-EN-normen en NEN-normen. De EN-normen zijn de normen die op Europees niveau worden opgesteld. Volgens afspraak moet elke Europese norm vervolgens in alle landen van de Europese Unie worden ingevoerd. Dit is de belangrijkste taak van het NNI. Een ingevoerde Europese norm is over het algemeen te herkennen aan een voorvoegsel gevolgd door EN. Het voorvoegsel verschilt per land. Voor Nederland is het NEN (dus NEN-EN), voor bijvoorbeeld Duitsland is dit DIN (DIN-EN) en voor Engeland is het BS (BS-EN). NEN-normen zijn de nationale normen die binnen Nederland tot stand komen en ook alleen voor Nederland gelden.

De NEN-normen zijn te zien als 'stand der techniek' documenten waarin beschreven wordt hoe gehandeld kan worden om tot een prestatie te komen. Er mag van de norm worden afgeweken, maar alleen wanneer kan worden aangetoond dat minstens hetzelfde beschermingsniveau wordt bereikt. De NEN-normen worden verbindend als partijen dat afspreken of als een certificeringssysteem zoals VCA dat vraagt. In dat laatste geval kan niet zonder consequenties van een norm afgeweken worden.

Met een CE-markering (Conformité Européenne) op een product verklaart een fabrikant dat het betreffende product voldoet aan de minimale Europese normen op het gebied van gezondheid en veiligheid. Als koper mag je vermoeden dat het product aan de voorschriften voldoet. De koper/huurder is (volgens de Arbowet) aansprakelijk voor de gevolgen van het gebruik van een product, maar kan indien nodig een beroep doen op de productaansprakelijkheid van de leverancier.

contact