Iedereen in de Bouw & Infra gezond met pensioen!

Gedrag

Gedrag is meer dan je ziet

Studenten kunnen gedrag laten zien dat op het eerste gezicht lastig, ongeïnteresseerd of onverwacht lijkt. Maar vaak zit er veel meer achter. Als leermeester helpt het om signalen te herkennen, vragen te stellen en je aanpak hierop aan te passen. Zo creëer je een veilige, voorspelbare en leerzame werkomgeving.

 

Hieronder staan de belangrijkste gedragingen uit de training, met uitleg én praktische tips. Ga altijd in gesprek met je student wanneer je denkt dat er iets aan de hand is. Dan geef je de student de mogelijkheid om zelf uit te leggen wat er is en wat dat in zijn/haar specifieke geval betekent.

Problemen thuis

Studenten die thuis zorgen hebben, kunnen afgeleid zijn, vermoeid ogen, vaker afwezig zijn of wisselend presteren. Soms merk je dat persoonlijke verzorging achteruitgaat of dat er niet wordt gesproken over wat er speelt.

Praktische tips:

  • Begin gesprekken laagdrempelig: “Ik merk iets aan je, klopt dat?”
  • Dwing nooit, maar geef ruimte om te praten wanneer ze er zelf klaar voor zijn.
  • Zet in op voorspelbaarheid en structuur.
  • Meld zorgen altijd bij school (trajectbegeleider/opleidingsbedrijf).

Pubergedrag

Pubers zoeken grenzen op en zijn gevoelig voor spanning, risico’s en indruk maken. Impulsieve keuzes of stoer gedrag horen daarbij.

Praktische tips:

  • Herhaal veiligheidsafspraken continu.
  • Maak grenzen duidelijk, consequent en kort.
  • Geef alternatieven: “Dit niet. Wél mag je…”.
  • Gebruik humor waar het kan.

ASS (Autismespectrumstoornis)

Jongeren met ASS hebben moeite met verandering, onverwachte situaties en prikkels. Ze hechten aan duidelijkheid, stappenplannen en voorspelbaarheid.

Praktische tips:

  • Kondig veranderingen zo vroeg mogelijk aan.
  • Geef instructie in stappen en laat ze deze herhalen.
  • Gebruik visuele ondersteuning: schets, foto of voorbeeld.
  • Laat pauzes voorspelbaar zijn.

Curling ouders

Deze studenten zijn gewend dat problemen worden opgelost door anderen. Zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en omgaan met teleurstelling zijn daardoor lastiger.

Praktische tips:

  • Deel verantwoordelijkheden op: wat doe jij, wat doet de student?
  • Bouw zelfstandigheid op in kleine stappen en spreek dit uit.
  • Laat fouten toe en bespreek ze rustig.
  • Houd vaste afspraken aan en wijk daar niet van af.

ADHD

Studenten met ADHD zijn sneller afgeleid, vergeetachtig, hebben vaak moeite met planning, zijn vaak impulsiever en ervaren meer interne onrust. Onduidelijke opdrachten of tijdsdruk versterken dat.

Praktische tips:

  • Geef één opdracht per keer.
  • Maak taken kort en concreet: “Dit is stap 1.”
  • Werk met routines (vaste start, vast eindmoment).
  • Geef compliment bij gewenst gedrag.

Faalangst

Studenten met faalangst vermijden soms taken, of laten juist overdreven perfectionisme zien. Ook lichamelijke spanning komt vaak voor.

Praktische tips:

  • Normaliseer fouten: “Fouten maken hoort erbij.”
  • Vraag: “Welke stap lukt al wél?” om de druk te verlagen.
  • Geef feedback volgens de 4G‑methode (gebeurtenis – gedrag – gevoel – gevolg).
  • Laat succeservaringen bewust terugkomen.

Taalvaardigheid

Jongeren kunnen moeite hebben met lezen, plannen, instructies verwerken of woorden met meerdere lettergrepen. Dit kan vermijdingsgedrag of onzekerheid geven.

Praktische tips:

  • Gebruik eenvoudige taal en korte zinnen.
  • Ga na of een student het begrijpt door te vragen: “Vertel eens wat jij gaat doen?” en niet door “Snap je het?”
  • Werk visueel. Laat bijvoorbeeld foto’s of tekeningen zien.
  • Laat ze herhalen wat de opdracht is.

Manosfeer

Sommige jongeren raken online beïnvloed door inhoud met ideeën over mannelijkheid, diversiteit of genderrollen. Dit kan je merken aan vrouwonvriendelijke opmerkingen of denigrerende uitspraken.

Praktische tips:

  • Stel duidelijke grenzen: “Zo praten we hier niet.”
  • Bespreek waarom respect op de werkvloer essentieel is, vooral voor veiligheid.
  • Vraag: “Hoe denk je dat dit overkomt op een collega?”
  • Hou het gesprek feitelijk en zonder morele strijd.

Verslaving

Verslavingen zoals overmatig gamen, telefoongebruik, alcohol, drugs, roken of gokken kunnen de veiligheid en leerprestaties van studenten op de werkvloer sterk beïnvloeden. Jouw rol als leermeester is zorgen dat de student veilig het vak leert.

 

Kernpunten:

  • Experimenteren hoort bij pubers; het wordt een probleem als controle en balans wegvallen.
  • Een leermeester stelt geen diagnose. Stel wel open vragen. En je let altijd op de veiligheid van de leerling en de situatie.  
  • Neem geen zorgtaken over als leermeester. Bij zorgen schakel je altijd school of professionals in.

 

Signalen om alert op te zijn:

  • Vermoeidheid
  • Afwezigheid
  • Vermindering van werkprestaties
  • Niet kunnen stoppen met bepaald gedrag of boos worden bij aanspreken.
  • Onveilig gedrag op de werkvloer.

 

Tips voor jou als leermeester:

  • Stel open vragen, je kan een verslaving nooit aanpraten.
  • Stel de diagnose niet vast.
  • Beloof vertrouwen, geen geheimhouding.
  • Vraag (ook) naar de voordelen.
  • De persoon accepteren, niet het gedrag.
  • Neem geen verantwoordelijkheid uit handen.
  • Blijf begeleider, geen hulpverlener. Bespreek met school wanneer er een probleem zich voordoet.
  • Neem zorg niet op je en spreek dat uit.
  • Er zijn meerdere plekken waar je student laagdrempelig hulp kan vinden bijvoorbeeld: Verslaving - Chris Voorkom
contact