Iedereen in de Bouw & Infra gezond met pensioen!

Instructie geven

(On)bewust (on)bekwaam

Een student is vaak onbewust onbekwaam: hij weet niet dat hij iets nog niet kan én hij overziet niet welke stappen er allemaal bij een taak horen.

Een leermeester is juist onbewust bekwaam: hij doet zijn werk al zó lang dat veel stappen automatisch gaan, zonder erbij na te denken. Daardoor vergeet hij soms dat een student die stappen nog helemaal niet kent.

Omdat jij als vakman dingen automatisch doet, vergeet je soms dat een student nog geen ervaring heeft. Door jouw instructie in duidelijke, kleine stappen op te bouwen:

  • begrijpt de student precies wat hij moet doen;
  • kan hij veilig werken;
  • wordt hij sneller bekwaam;
  • voorkom je frustratie (“hoe kan hij dit nou niet weten?”);
  • creëer je een voorspelbare en veilige leeromgeving.

Ken je student

Een instructie is geen standaardverhaal. Je stemt jouw instructie altijd af aan het niveau van de student. Bij een beginner geef je duidelijke demonstraties. Bij een ervaren student vraag je meer eigen inbreng. 

Belangrijk bij het geven van een instructie:

  • Geef niet te veel informatie tegelijk.
  • Zorg dat de student goed kan zien wat jij doet.
  • Houd rekening met prikkels en storingen (intern/extern).
  • Laat studenten fouten maken en oefenen.

Bouw je instructie op

Bouw je instructie op aan de hand van een Kop Romp Staart.

Start (Kop)
  • Is er een inleiding? 
  • Beginsituatie gecheckt? 

De instructie zelf (Romp)
  • De instructie is stap voor stap.
  • Juiste tempo voor deze student?
  • Lastige onderdelen worden aangegeven.
  • De leermeester merkt het als de student het niet snapt.
  • De leermeester nodigt de student uit tot vragen stellen.
  • Er wordt humor gebruikt.
  • De leermeester is geduldig.
  • Er wordt gedacht om de veiligheid.

Afsluiting (Staart)
  • De student weet wat er goed en niet goed ging.
  • Er wordt minimaal 1 compliment gegeven.
  • De student weet wat hij met het geleerde kan.

Begrijpt jouw student jouw instructie?

Als je wil weten of jouw student jouw instructie heeft begrepen, vraag je niet “snap je het?”. Studenten zeggen vaak automatisch “ja” op die vraag, omdat:

  • ze sociaal wenselijk gedrag vertonen;
  • het lastig is om toe te geven dat je het niet snapt;
  • ze nog niet doorhebben wat ze niet snappen.

Wat je wel kan zeggen om te checken of de instructie begrepen is:

  • “Laat eens zien hoe je zou beginnen.”
  • “Noem de materialen die je nodig hebt.”
  • “Vertel in je eigen woorden wat de eerste stap is.”

Door af te wisselen in bovenstaande checkvragen blijft de student alert en leert hij beter.

contact